 |
Wereldwijd netwerk
Het Internet is een wereldwijd netwerk, een verzameling van onderling verbonden computers. Een populaire naam hiervoor is ook wel het Web. Al die computers, met verschillende besturingssystemen, maken gebruik van het internetprotocol (TCP/IP-protocol) om met elkaar te kunnen communiceren.
Vaak word er een verschil gemaakt tussen 'Internet' en 'internet'. Internet verwijst naar het wereldwijd netwerk, terwijl internet verwijst naar wat gebeurt tussen een netwerk binnen een organisatie. Dat kan zijn: uitbreiden van het netwerk, koppelen van twee netwerken, communicatie tussen de computers etc. Veel organisaties hebben hun eigen internet ook wel LAN (local area network) of intranet genoemd. Is een organisatie verdeeld over meerdere plekken over de wereld en zijn hun netwerken onderling met elkaar verbonden dan spreekt men van een WAN (wide area network).
Geeft een organisatie een andere organisatie toegang tot zijn eigen intranet, dan spreken we van een extranet.
Internetprotocol TCP/IP
TCP/IP (transmission control protocol/internet protocol) is een vezameling protocollen waarvan het internet gebruik maakt om tussen de verschillende computers te communiceren. In feite zijn het gedragregels en procedures om boodschappen op te stellen en te verzenden.
Client/Server
Het client/server-systeem is een manier van werken tussen verschillende computers. De één vraagt, de client (klant), en de ander verleent de service, de server. TCP/IP is een uitstekende protocolkeuze voor client/server-toepassingen, maar natuurlijk niet de enige. Client/server wordt gedefinieerd door de software, niet door de hardware.
Een server, of de host, is een computer die een service/dienst kan uitvoeren voor andere computers (gebruikers). Zo is een webserver een computer die gegevens bewaart en die hij verstrekt aan andere computers als zij er om vragen.
Een client is een computer die een dienst van een andere computer betrekt. Zo is de browser (Internet Explorer, Netscape, Opera, etc) clientsoftware die informatie ontvangt van de webserver.
Elke computer kan client en/of server zijn of geen van beide.
Domein en DNS
Elke computer op het Internet heeft een adres, het zogenaamde IP-adres. Dit adres bestaat uit 4 clusters van drie getallen, bijvoorbeeld 62.250.249.220. Door middel van dit IP-adres kunnen de verschillende computers elkaar vinden.
Omdat mensen woorden makkelijker kunnen onthouden dan getallen wordt aan veel computers een naam toegewezen, bijvoorbeeld www.smulders-slagboom.nl aan 62.250.249.220. De naam wordt domeinnaam genoemd en de computer of meerdere computers die bij die naam horen het domein.
De domeinen zelf zijn hiërarchiesch geordend: naar land (.nl .de .uk etc) en organisatievorm (.com .edu .gov etc.).
Computers op het Internet kunnen niets met een naam. De naam moet eerst vertaald worden naar een getal, het IP-adres. Deze service wordt afgehandeld door de DNS, domain name server. De DNS vertaalt de domeinnamen naar het juiste numerieke IP-adres.
URL
URL, uniform resource locator, is de naam die aan de locatie van een bestand/object wordt gegeven. Een gedeelte van de naam is natuurlijk de domeinnaam. In feite is het een ander woord voor adres van het bestand/object.
Voorbeeld:
http://www.smulders-slagboom.nl/cookies/index.php
De url bestaat uit:
1. schema: http://
2. domeinnaam: www.smulders-slagboom.nl
3. pad: /cookies/
4. bestandsnaam: index.php
Hiermee kunnen alle bestanden op het Internet worden getraceerd.
|